DE GEBIEDSWERKING VAN KORTRIJK - van prioriteit tot schimmig bestaan.

De term alleen al, wie begrijpt die? Gebiedswerking is geen buurtwerk, maar toch een beetje, het is geen cultuurwerk, maar toch een beetje, het is geen dienstverlening, maar toch een beetje. Groen! staat positief tegenover gebiedswerking. We zijn pro. En net daarom zijn we erg bekommerd over de huidige gang van zaken. Immers, in de praktijk zien we dat het stadsbestuur één van de grote prioriteiten uit het meerjarenplan zelf niet volgt, nl. “gebiedswerking systematisch doorvoeren”.

 

Van projectmatig naar structureel

Eerst het goede. Drie projecten werden de voorbije maanden en jaren gelauwerd door de Vlaamse overheid: de Dubbele Haagjes in de Sint-Denijsestraat, het Prikkelpad in Marke en Hangman in Bissegem. Het eerste project maakte deel uit van het project Sint-Denijsestraat, gebiedswerking avant la lettre.

Dat zijn drie projecten, afgebakend in tijd en ruimte. Misschien ligt net daar de verklaring voor hun succes. Alle betrokken diensten (openbare werken, facility, milieu ...) kenden de doelstelling en de middelen die zer ervoor moesten inzetten.

Maar, de stad wilde het succes van het model van de Sint-Denijsestraat verbreden tot de hele stad en er een structurele in plaats van een projectmatige aanpak van maken. De stad opteerde in het meerjarenplan voor een veralgemeende gebiedswerking. Nobel? Dat wel. Maar, je kan bezwaarlijk stellen dat de huidige strategie erg succesvol is.

Origineel werden er 17 gebieden afgebakend waarin er steeds een gebiedswerker actief zou zijn, deeltijds of voltijds. Dat bleek in de praktijk niet haalbaar. Vandaag zijn er 9 gebiedswerkers. Vandaar zijn er ook een aantal gebieden waar er helemaal geen gebiedswerking is. Heule centrum bijvoorbeeld, of het centrum van Kortrijk, de Marionetten, Pius X ...

 

 

Ambtelijke weerstanden

Zo'n veralgemeende, structurele aanpak is niet eenvoudig. Voor de stadsdiensten en de departementen is wat er uit deze gebiedswerkingen komt zeer onvoorspelbaar en zeer moeilijk te vatten. De diensten twijfelen ook aan de competentie van de gebiedswerking; de voorstellen komen van de bevolking, dat zijn geen ingenieurs, planologen of verkeersexperts. Je mag gerust stellen dat er stevige ambtelijke weerstanden bestaan tegen de gebiedswerking.

Zo'n structurele aanpak stelt dan ook hoge eisen aan de stedelijke organisatie. Die is vandaag sterk centralistisch georganiseerd (verticaal), terwijl gebiedswerking door alles heen snijdt (horizontaal). Dat is alvast één verklaring voor het falen.

Zo kan je je afvragen wat er gebeurt met het regelmatig overleg  tussen de wijkagent, de OCMW-maatschappelijk werker, de dienstencentra en de gebiedswerker/cultuurfunctionaris. Problemen worden gedetecteerd. Alleen, de probleemstelling dringt niet door tot de hoge beleidsechelons en wordt niet beantwoord door het dagelijks beleid.

 

 

Verschil tussen stad en randgemeenten

Als we de analyse maken van de gebiedswerking, zien we op het terrein grote verschillen. Er is niet meteen sprake van een grote eenvormigheid in methodiek en aanpak.

Je zou kunnen zeggen dat de werkingen in het oude Kortrijk vooral het karakter hebben van 'buurtwerk', mede omdat het OCMW hier de belangrijkste partner is en de werking dus gericht is op bevolkingsgroepen of buurten die we niet meteen als kansrijk kunnen omschrijven. En meestal vertrekkende vanuit infrastructuur van het OCMW (Achturenhuis, Buurthuis Overleie ...). Onze evaluatie hiervan is globaal positief. Al moeten we vaststellen dat er grote projecten zijn die er buiten vallen: de K in Kortrijk of de Vlasmarkt  bijvoorbeeld was best door een stevige gebiedswerking omkaderd.

In de rand, de deelgemeenten, daarentegen is de gebiedswerking gelinkt aan 'cultuur', via de Ontmoetingscentra. In het jargon spreken ze daar van combi's, medewerkers die zowel gebiedswerker als cultuurfunctionaris zijn en die deels aangestuurd worden door Burgerzaken en deels door het cultuurcentrum Kortrijk. Hier ligt de focus van de werking niet zozeer op kansengroepen, maar eerder op het stimuleren van het burgerinitiatief en van dienstverlening, met de bedoeling de kwaliteit van het lokale leven te verhogen.

Twee totaal uiteenlopende methodes dus.

 

Dat moet niet noodzakelijk een probleem zijn. Laat de gebiedswerking vertrekken van de problemen die op het terrein bestaan, en dat kan leiden tot verschillende werkvormen en gedaanten. Maar die koppeling aan de OC's is toch zeer complex. Kijk bijv. naar de vzw-structuur van de OC's, de onduidelijke positie van de beheerscomité's enz. Een rommeltje, gegroeid uit (politiek) wantrouwen? De werking van de OC's staat beschreven in een document van het CK (cultuurcentrum Kortrijk), maar heeft een aparte vzw-structuur. Daar staat geld op voor gebiedswerking, en geld voor culturele activiteiten. Maar alleen voor de deelgemeenten, niet v oor de gebiedswerking in het oude Kortrijk. Onduidelijkheid troef.

Of kijk naar de tendens tot uniformisering van de Dorpskranten. Controle en beheersing staat voorop, niet de lokale verscheidenheid.

 

Een en ander is ook te verklaren omdat de 'financiers' van de gebiedswerking uit drie verschillende hoeken komen: geld van het Stedenfonds, van Cultuur - twee keer het Vlaamse niveau - en het OCMW en de stad. Hun invloeden zijn sterk. Diezelfde meervoudigheid zie je in de stuurgroep.

 

 

Vreemde koppeling met OC's

Wie durft hardop de vraag stellen of de koppeling tussen de huidige OC's en de gebiedswerking wel klopt? Het is goed dat de gebiedswerking gelinkt is aan een 'gemeenschapscentrum', maar niet noodzakelijk aan een cultuurcentrum?

Ja, uiteraard zijn overal culturele activiteiten op hun plaats, maar moet er daarvoor telkens een cultuurfunctionaris zijn, een eigen culturele programmering enz... Laat ons eerlijk en vooral moedig zijn, er zijn twee OC's die een voldoende kritische massa (aan publiek) bezitten om ook als klein cultuurcentrum te functioneren, dat zijn De Vonke en Marke. De andere zijn gemeenschapscentra met een brede maatschappelijke opdracht voor de lokale bevolking. Die andere horen niet thuis onder de uitdeinende paraplu van het cultuurcentrum Kortrijk. Wel bij de gebiedswerking. En dan moet je een ander soort beheerscomité hebben, eentje dat niet alleen uit afgevaardigden van de culturele verenigingen (en de politiek) is aangeduid.

 

 

Politieke weerstanden

Die meervoudigheid zien we goed terugkomen in de politieke aansturing. Er zijn twee schepenen die bevoegd zijn voor gebiedswerking - voor het gemak één voor de oude stad en één voor de rand, anders begrijp ik dat niet - en nog één voor Cultuur en nog een OCMW-voorzitter. Kortom, een half schepencollege voor 9 medewerkers en wat kleingeld. De echte reden schuilt in het wantrouwen dat heerst tussen die leden van het schepencollege. Wie stuurt wie aan? En met welke doelen?

En daarbij hoort de kwaal van de politieke recuperatie. Kijk maar eens welke schepenen het woord voeren op open volksvergaderingen ... het lijkt wel hun politieke privé-speelterrein. Of zijn het toch wijkburgemeesters?

Gebiedswerking moet de stem des volks naar het beleid brengen, is het niet? En niet omgekeerd. Politici moeten hier een 'gepaste terughoudendheid' aan de dag leggen. Maar ze kunnen het niet. En als ze al eens afwezig zijn, moet de gebiedswerker na de vergadering alleszins opbellen om verslag uit te brengen over wat er allemaal gezegd is.

En, in welke mate houdt het beleid rekening met de stem van het lokale volk? Daar wordt niet echt lyrisch over gedaan, integendeel.

 

 

Rollen en taken van gebiedswerkers

En hier komt ook een ander probleem naar voor. Welke mandaat of bevoegdheid hebben de gebiedswerkers?

Is een gebiedswerker een dienaar van de belangen van de stedelijke organisatie en de politiek of een dienaar van de bevolking van het betreffende gebied? In de praktijk lopen de twee rollen door elkaar. Maar wat dan als een gebiedswerker geconfronteerd wordt met een standpunt dat het stadsbestuur niet zint? Aan wie rapporteert die dan? Wie moet worden gevolgd? Het leidt tot rolverwarring en onduidelijkheden, die niet opgeklaard worden. Gebiedswerkers geraken zelf in een lastig parket. De logische oplossing is de gebiedswerking meer autonomie geven ...

 

 

Personeelsverloop

Ongetwijfeld is het college er zich van bewust dat het snelle personeelsverloop onder de gebiedswerkers het gevolg is ontmoediging bij de betrokken medewerkers? De drie projecten, die hierboven vermeld zijn, werden getrokken door drie gebiedswerkers die vandaag niet meer in dienst zijn. Toevallig? Nee. Hoeveel steun krijgen deze mensen van de andere stedelijke diensten waarmee ze moeten samenwerken (mobiliteit, openbare werken, facility enz.)? Hoe ernstig wordt rekening gehouden met de voorstellen van de bevolking? Hoeveel ondersteuning krijgen de gebiedswerkers van de stad? Waarom worden de opengevallen 'gaten' niet gedicht? Of eenvoudiger gezegd: "ge moet goed zot zijn om dat werk te blijven doen".

We zien dan ook een bijzonder snel personeelsverloop. De ploeg is in drie jaar onophoudelijk en grondig gewijzigd, en zowat iedereen heeft al meer dan voor één gebied gewerkt. Je mag gerust van een stoelendans spreken. Continuïteit ontbreekt.

Dat heeft nog belangrijke gevolgen: het vertrouwen van de burgers in de gebiedswerking daalt en het werkt de ambities van de gebiedswerking zelf tegen. Het verloop zaagt als het ware de tak door waar de gebiedswerking op zit.

 

 

En dus willen wij een aantal voorstellen formuleren. Om de gebiedswerking te versterken. Om ze duidelijker te maken. Om de schimmigheid, die het college, en schepen de Bethune in het bijzonder, blijkbaar bewust in stand houdt,, op te doeken.

We noemen ze zelf liever aanbevelingen, waarvan we echt hopen dat de stad er rekening mee wil houden:

 

1. Maak keuzes welke gebieden de gebiedswerking structureel moet 'coveren' en kies gericht voor acties. Motiveer beter waarom er verschillen zijn in aanpak tussen de verschillende gebieden.

 

2. Vergeet zeker Heule niet. Er zijn daar een paar zeer belangrijke dossiers: de Heerlijke Heulebeek en de herbestemming van de N50c.

 

3. Ondersteun de gebiedswerkers beter: werf mensen voor de opengevallen plaatsen, voorzie een betere ondersteuning, vermijd de massa overuren,  en het personeelsverloop.

 

4. Organiseer in de deelgemeenten en de wijken 'dorpsoverleg' en 'wijkoverleg'. Ik bedoel open vergaderingen waarop elke gemeentenaar welkom is en die uiteenlopende voorstellen en adviezen kan overmaken aan het bestuur. Die kunnen veel vormen en gedaanten aannemen. Laat die ondersteunen via de gebiedswerkers. Informeer de bevolking massaal via de  info-flash, dorpskranten, buurkranten, led-walls en dorpswebsites.

 

5. Het gemeentedecreet voorziet de mogelijkheid om met 'wijkbudgetten' te werken. Bewoners moeten beschikken over middelen voor participatie, gebiedswerkers kunnen het overleg ondersteunen. Wijkbudgetten zijn sommen geld die toegekend worden aan de inwoners van een wijk of straat om hun buurt te verfraaien (een zitbank, plantjes om de huisgevels te bekleden of een verkeersdrempel leggen, een cultureel evenement op poten zetten. Er bestaat nog veel koudwatervrees om beslissingen aan burgers over te laten. Het zou mooi zijn mocht de stad een experiment willen opzetten.

 

6. Zorg ervoor dat wat de bevolking in de gebieden signaleert, ook echt doordringt in het stadsbeleid en omgezet wordt in beleidsdaden. Politici, stimuleer en valideer het burgerinitiatief. Luister naar de mensen, en zwijg zelf een beetje. Stop de al te snelle politieke recuperatie. Ge staat genoeg op de foto.

 

7. Geef de politieke verantwoordelijkheid voor gebiedswerking aan één schepen. Stop het wantrouwen en de politieke machtsdeling. Ze werkt contraproductief.

 

8. Denk na over de balans cultuur - gebiedswerking, het zijn twee verschillende werelden. Gebiedswerking vertrekt best vanuit 'gemeenschapscentra', dienstverlenende organisaties, in een infrastructuur waarin verschillende diensten zijn ondergebracht (burgerlijke stand, politie, bibliotheek, OC ...).

 

9. Koppel het beheer van de infrastructuur van de OC's en gemeenschapscentra los van de inhoudelijke (gebieds)werking. Zoek een oplossing voor de superstructuren van de beheerscomités van het OC en de vzw Ontmoetingscentra.

 

10. Geef autonomie aan het team Gebiedswerking. Breng de ambtelijke aansturing van de gebiedswerking onder in een aparte stedelijke dienst (of in een stafdienst of transversale cel). De werking waar dan ook, in Sente, Kooigem, Rollegem of Bellegem moet helemaal niet onder de vlag van burgerzaken of van cultuur (CK) gebeuren.

 

11. De band met cultuur (voor werking, infrastructuur en personeel) is enkel zinvol voor de OC's De Vonke en Marke. Daar is een beperkte dubbele aansturing nog zinvol.

 

12. Hoe komt het dat in de gebiedswerking de openbare werken en de verkeersveiligheid zo afwezig zijn? Nochtans zijn dat thema's die mensen beroeren? Ik zou graag hebben dat de bevoegde schepen volop meedoet, in plaats van alles op eigen houtje te doen.

 

13. Wij vragen het geachte schepencollege zich uitdrukkelijk uit te spreken over de gebiedswerking. Zijn zij er allemaal echt wel voor? Of blijft de ene en de andere tegen trekken? Wij vragen de schepenen te doen wat in het meerjarig strategisch plan staat.

 

14. Wij vragen het geachte managementteam zich uitdrukkelijk uit te spreken over de gebiedswerking. Zijn zij er allemaal echt wel voor? Of blijft de ene en de andere tegen trekken? Wij vragen de topmabtenaren te doen wat in het meerjarig strategisch plan staat.